Wat is uitgevraagd in het KPO mbt topreferent en met welke resultaten?
In het KPO werden vragen gesteld over de kosten met betrekking tot de topreferente taken. Er worden drie topreferente taken onderscheiden, te weten:
1. Infrastructuur voor onderzoek, ontwikkeling & innovatie
2. Deskundigheidsbevordering en kennisdeling
3. Consultatie en advies
Op basis van een nadere uitwerking van bovenstaande taken door deNLggz heeft het Zorginstituut geconcludeerd dat voor onderdeel 1 (infrastructuur voor O,O en I) geldt dat het geen sprake is van verzekerde zorg in het kader van de Zvw. Deze kosten zijn om die reden dan ook niet meegenomen in de kostprijsberekeningen (maar dus wel uitgevraagd!).
|
|
totaal
|
max
|
min
|
gemiddeld
|
|
infrastructuur
|
€ 10.280.140
|
€ 3.073.202
|
€ 0
|
€ 541.060
|
|
consultatie_ advies
|
€ 735.928
|
€ 214.948
|
€ 0
|
€ 73.593
|
|
deskundig_ kennisdeling
|
€ 994.645
|
€ 255.188
|
€ 0
|
€ 76.511
|
|
totaal topreferente taken
|
€ 12.010.714
|
€ 3.169.779
|
€ 30.671
|
€ 600.536*
|
(* De gemiddelden per taak tellen niet op tot gemiddeld totaal omdat gemiddelden steeds worden bepaald op basis van een verschillende N.)
Op de site van TOPggz is terug te vinden dat 26 instellingen een keurmerk (kan voor meerdere afdelingen) een TopGGZ-keurmerk hebben verworven. In totaal hebben 21 instellingen hiervan een opgave gedaan over de kosten in het uitvraagformulier. Voor één instelling zijn de kosten niet in bovenstaand overzicht meegenomen, omdat de kosten voor deze instelling vergoed worden vanuit een andere geldstroom. Voor vijf instellingen met een keurmerk geldt dat dit inzicht niet is gegeven. Dit laatste betekent overigens niet dat deze 5 instellingen helemaal geen kosten maken voor de topreferente taken, het kan zijn dat deze kosten voor de betreffende instellingen in de administratie niet te onderscheiden waren van de reguliere kosten.
In totaal (20 instellingen) is er € 12 miljoen aan kosten opgegeven voor de uitvoering van de drie taken. Drie instellingen komen uit boven € 1 miljoen. Met een uitschieter van 3,2 miljoen naar boven. Een instelling heef minder dan € 100.00 opgegeven aan kosten.
Verreweg de grootste kostenpost is de taak Infrastructuur, € 10,3 miljoen. Dit bedrag is niet meegenomen in het kostprijsonderzoek en zijn daarmee ook niet in tarieven geland. 19 instellingen hebben hier kosten opgevoerd. Met een uitschieter van € 3,1 miljoen naar boven. Eén instelling heeft minder dan € 100.00 opgegeven aan kosten. De kosten die opgehaald zijn voor Consultatie en Advies en voor Deskundigheid en kennisdeling zijn wel geland in tarieven.
De kosten voor infrastructuur bestaan uit deze onderdelen
Als we het hebben over de infrastructuur ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en innovatie hebben we het in de praktijk over:
- Voorbereiden, coördineren en verantwoorden van wetenschappelijk onderzoek
- Oriënteren, opzetten, coördineren, toetsen, onderzoeken en beoordelen van innovatie; implementeren indien bewezen effectief
- Infrastructuur ten behoeve van dataverzameling
- Opzetten onderzoekslijnen, onderzoeksconsortium opzetten incl. verwerven onderzoeksgelden
- Begeleiden wetenschappelijk onderzoek en promovendi
- Begeleiden implementatie
We hebben het expliciet niet over de kosten die worden gedekt uit de subsidies voor wetenschappelijk onderzoek en de ZPM-tarieven:
- Uitvoeren wetenschappelijk onderzoek
- Dataverzameling en –analyse
- Toepassen van innovatieve interventie in de patiëntenzorg tijdens onderzoeksfase
De kosten die horen bij deze infrastructuur zijn:
1) Directe personeelskosten:
- senior onderzoekers
- boegbeelden/hoogleraren
- Data-analisten
- Methodologen
- Promovendi
2) Ondersteunende personeelskosten: Coördinator wetenschappelijk onderzoek, coördinator innovatie, commissie wetenschappelijk onderzoek, expert verantwoording (Europese) subsidies, secretariële ondersteuning wetenschappelijk onderzoek, secretariële ondersteuning innovatie.
Met name de directe personeelskosten betreffen vaak medewerkers die daarnaast ook directe patiëntenzorg leveren. De personeelskosten voor de onderzoekstaken worden over het algemeen verloond op aparte kostenplaatsen. Dat geldt niet altijd voor data-analisten, die werken vaak ook voor andere settings. Daar waar deze kosten ook worden gemaakt voor andere settings is toerekening van een deel van de kosten aan de setting hoogspecialistisch goed mogelijk.
3) Materiele kosten/investeringen:
- Begeleiden naar TOPGGz certificering (investering, dan nog geen contract/productie hoogspecialistisch)
- (her)visitatie (eens per 4 jaar) + contributie TOPGGz
- Licentiekosten specifieke infrastructuur/software (SPSS, researchmanager, etc)
- Accountantskosten
- Kosten publicaties